Ze is geboren als Anna Maria Knuit, op 28 maart 1935 in de Langestraat in Groningen. Later verhuisde ze met haar ouders naar de Cortinghlaan (de Hoogte). Toen Annie drie was verhuisde ze met haar ouders naar de Oosterparkwijk, om er nooit meer weg te gaan. Ze was enig kind, zat na de lagere school nog een half jaar op het zevende leerjaar en daarna een jaar op de ULO. Annie is getrouwd en ze heeft twee zoons. Ze werkte als naaister bij modezaak Talens in de Brugstraat. Ze naaide overhemden die de klanten op maat bestelden.
Haar activiteiten voor het Oosterpark begonnen met vrijwilligerswerk op de kleuterschool van haar zoons. Later kwam ze in de oudercommissie van de lagere school en deed ze clubwerk bij de speeltuinvereniging. En zo rolde ze steeds verder in de buurtactiviteiten. Ze werd actief lid van de bewonerscommissie die zich bemoeide met de renovatie van de wijk. Ze zette de wijkkrant op. Ze heeft zelfs drie jaar lang de wijkkrant helemaal alleen gedaan, van het maken van de artikelen tot het drukken en vouwen toe.
In de werkgroep stadsvernieuwing zat Annie samen met mensen als Simon Tichelaar, Roel Vos, Maarten Schmidt, Arie Wink en Niek Verdonk. Annie: "Ik heb heel veel van hen geleerd. Ik wilde graag wat leren en er is geen betere leerschool dan de praktijk."
"Het woord renovatie was in die jaren nog onbekend. Ik weet nog goed dat we op school een project deden en dat we de kinderen vroegen wat het woord 'renovatie' betekende. Een meisje zei toen: ruzie tussen papa en mama. Je moet weten, mensen moesten dan drie maanden naar een wisselwoning. Ze pakten dan al hun spullen in dozen en ze pakten die niet allemaal uit in de wisselwoning. Dan hadden ze iets nodig dat in een doos zat, maar ze wisten niet in welke."
"Ik heb wat met het Oosterpark, ik hou van deze wijk. Mijn hart ligt in deze wijk. Hij is mooi opgebouwd, er staan prachtige, monumentale gebouwen. De wijk heeft sfeer en gezelligheid. We zitten als het mooi weer is gewoon op de stoep met elkaar. Er is bij ons op het pleintje veel sociale controle en dat is heel plezierig. Als onze gordijnen te lang dicht zijn, dan komen ze even kijken of alles goed is. Dat geeft mij een lekker gevoel. Nu was het wel zo, dat de woonnormen in de loop van de tijd gingen veranderen. Een huis waar vroeger een gezin met tien kinderen woonde, is tegenwoordig te klein voor een gezin met twee kinderen. In die kleine huizen trouwden vaak de kinderen er nog bij in, na de oorlog. In de tijd van de woningnood werden zelfs huizen gevorderd. Als iemand een woning nodig had, dan moest je soms gewoon bij een ander inwonen. Eigenlijk hadden we toen gewoon moeten kraken."
"Tja, waarom doe je al dat vrijwilligerswerk? Je rolt er gewoon in. Het begint ermee dat je het in de eerste plaats voor jezelf doet. Omdat ik geen broers en zusters heb, ging ik dingen doen om vrienden en kennissen te verwerven. En als je daarmee wat voor een ander kan betekenen is dat mooi meegenomen. Vrijwilligerswerk is ook niet vrijblijvend. Ik heb het met veel plezier gedaan, ik heb veel mensen leren kennen, prettige mensen, rare mensen. Ik vind wel, je moet jezelf blijven, je moet geen dingen zeggen die je niet waar kunt maken. Je moet eerlijk zijn, recht voor zijn raap."
"Dat ik in het Gulden boek ben bijgeschreven, vind ik heel bijzonder. Wie komt daar nu in? En dan vraag ik me af, waarom ik dan? Ik had immers al een lintje gekregen. Maar het allermooist vind ik het fonds. Dat doet mij wel goed. Daar ben ik echt blij mee. Dat is een heel groot prachtig mooi cadeau. "